De wegen in Noorwegen zijn over het algemeen goed onderhouden, maar vaak smaller en bochtiger dan in Centraal-Europa. Buiten de hoofdwegen kom je regelmatig tweerichtingswegen tegen zonder middenberm. De maximumsnelheden liggen doorgaans lager dan je gewend bent.
Vanuit Nederland rijd je meestal via Duitsland en Denemarken. Daarna neem je de ferry (bijvoorbeeld Hirtshals–Kristiansand of Hirtshals–Larvik) of rijd je via de bruggen en verder via Zweden Noorwegen binnen. Welke route het snelst is, hangt af van je eindbestemming en de wachttijden aan ferry’s.
In Noorwegen zijn veel toltrajecten, bruggen en tunnels. De tolheffing verloopt grotendeels automatisch via camera’s (AutoPASS). Wie geen tolkastje heeft, krijgt de factuur achteraf toegestuurd. Informeer vooraf hoe dit voor buitenlandse voertuigen geregeld is.
Rijden in bergachtig gebied vraagt extra aandacht. Hellingen kunnen steil zijn en het weer kan snel omslaan. In de winter zijn sommige bergwegen en passen tijdelijk afgesloten of enkel in colonne (met begeleid voertuig) open. Winterbanden zijn in winterse omstandigheden verplicht en sneeuwkettingen kunnen noodzakelijk zijn.
Brandstof, tol en veerdiensten zijn relatief duur. Controleer voor vertrek de actuele verkeersinformatie, openingsstatus van bergwegen en de weersverwachting.




