Mist kan gevaarlijk zijn in het verkeer, maar bij een beetje nevel mogen de mistlampen zeker nog niet aan. Is er sprake van dichte mist, pas dan je snelheid aan en schakel de juiste verlichting in. In dit artikel lees je precies wanneer je welke mistlampen aan moet doen.
De stelregel bij verkeersbelemmerende mist is: halveer je snelheid, verdubbel je afstand. Zo voorkom je problemen als er iets onverwachts gebeurt en heb je meer tijd om te handelen. Hou er ook rekening mee dat het zicht van plaats tot plaats sterk kan wisselen.
Wat is dichte mist?
Wanneer waterdruppeltjes als een hangende deken op het landschap zichtbaar zijn, maar het zicht is nog meer dan 1000 meter noemen we dit nevel. In het verkeer heb je hiervan geen last. Loopt het zicht terug naar minder dan 1000 meter dan heet het mist. Bij minder dan 200 meter zicht is sprake van ‘dichte mist’ en wordt het zicht verkeersbelemmerend. Vanaf dit moment mag je je mistlampen aan de voorzijde aanzetten.
Op de snelweg betekent 200 meter twee hectometerbordjes (die staan rechts langs de weg). Lantaarnpalen staan in België gemiddeld circa 75 meter uit elkaar, dus 2-3 lantaarnpalen is ook een goede maatstaf.
Mist kan hinderlijk zijn in het verkeer en lang blijven hangen. Maar wat is mist eigenlijk en hoe ontstaat het?
Mistlampen: het rode mistachterlicht
Je belangrijkste mistlamp is het felle rode achterlicht. Deze mag pas gebruikt worden bij zeer dichte mist. Hiervan is sprake als het zicht minder is dan 50 meter. Wanneer het mistachterlicht al gebruikt wordt wanneer er nog verder gekeken kan worden is dit hinderlijk voor andere weggebruikers.

Let op bij automatisch verlichting
Veel moderne auto’s hebben verlichting die automatisch aangaat als het donker wordt. Bij mist werkt dit niet. De sensor reageert niet op mist en vindt het bij mist overdag meestal niet ‘donker genoeg’. Zet dus sowieso je dimlicht bij mist altijd handmatig aan en schakel bij (zeer) dichte mist ook handmatig de juiste mistlampen in.
Of er komende dagen mist wordt verwacht lees je uiteraard in het meest uitgebreide weerbericht van België.
Veelgestelde vragen
Je mag de mistlampen aan de voorzijde aanzetten bij dichte mist, wanneer het zicht minder dan 200 meter is. Op de snelweg komt 200 meter ongeveer overeen met de afstand tussen twee hectometerbordjes.
Het rode mistachterlicht mag pas aan bij zeer dichte mist, wanneer het zicht minder dan 50 meter is. Bij beter zicht kan het felle achterlicht hinderlijk zijn voor andere weggebruikers.
Zet bij mist altijd handmatig je dimlicht aan. Bij dichte of zeer dichte mist kun je daarnaast, afhankelijk van het zicht, de juiste mistlampen inschakelen.
Niet altijd. De sensor van automatische verlichting reageert niet op mist en kan het overdag nog licht genoeg vinden om de verlichting uit te laten. Zet daarom bij mist je dimlicht handmatig aan.
Halveer je snelheid en verdubbel de afstand tot je voorganger. Zo heb je meer tijd en ruimte om te reageren als er onverwacht iets gebeurt.






